Gelijkwaardigheid
LHBTIQA+

Van mens tot label (en weer terug): waarom Pride nú nog nodig is

29 mei '26
Afbeelding protest red de zorg

We zeggen het vaak: “We moeten mensen gewoon als mens zien.”
En ergens is dat ook het instinctieve gevoel van rechtvaardigheid. Geen labels, geen hokjes, geen verschil tussen “jij bent dit” of “jij bent dat” — maar gewoon: mens.

Toch schuurt er iets.

Want als dat zo vanzelfsprekend zou zijn, waarom bestaan er dan nog termen als LHBTQ+? Waarom is er Pride? En waarom blijft het onderwerp steeds terugkomen in het publieke debat?

Het antwoord laat zich niet vangen in één simpele zin. Want het gaat niet alleen om hoe we zouden willen dat de samenleving is — maar om hoe die in werkelijkheid functioneert.

Niet elk verschil is ongelijkheid.
Maar verschillen worden dat wél wanneer ze bepalen wie zich vrij voelt, wie kansen krijgt — en wie zich moet aanpassen.

Het cijfer dat vragen oproept

In Nederland wordt vaak genoemd dat ongeveer 2,7 miljoen mensen onder de LHBTQIA+-categorie vallen.
Dat lijkt op het eerste gezicht een opvallend groot aantal. [nji.nl]

En dat roept vragen op.

Want wie zitten daar precies in? Gaat het om een duidelijk afgebakende groep, of is die werkelijkheid complexer?

De cijfers laten zien dat het gaat om een brede groep, gebaseerd op seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Daarbinnen is bijvoorbeeld de groep die zich aangetrokken voelt tot meer dan één gender relatief groot. [nji.nl]

Maar dat betekent niet automatisch dat iedereen zich actief identificeert met een label. Voor een deel van deze mensen geldt dat hun ervaringen of gevoelens niet altijd in één duidelijke categorie passen.

Het getal is dus breed.
Maar daarmee niet per se onjuist.

Het zegt vooral dat menselijke ervaringen niet altijd passen binnen strakke definities. En juist dat maakt het onderwerp complexer — niet minder relevant.

Wanneer zichtbaarheid voelt als verandering

In het huidige debat speelt nog iets anders mee.
Er zijn mensen die het gevoel hebben dat er “ineens veel meer” is dan vroeger. Dat aandacht, taal en zichtbaarheid ervoor zorgen dat verschillen groter worden — of zelfs worden aangemoedigd.

Dat gevoel komt niet uit het niets.

Er ís meer zichtbaarheid. Er ís meer taal om ervaringen te benoemen. En er ís meer ruimte om daar open over te zijn.

Maar zichtbaarheid is niet hetzelfde als ontstaan.

Eerder lijkt het zo te zijn dat wat lange tijd minder zichtbaar was, nu naar voren komt. Dat mensen woorden krijgen voor wat ze ervaren, en daardoor eerder geneigd zijn om dat ook uit te spreken.

En zoals vaker gebeurt bij maatschappelijke verandering, geldt ook hier:
meer zichtbaarheid zorgt niet alleen voor meer herkenning, maar ook voor meer reactie.

Het gevoel dat het vroeger “normaler” was

Veel mensen herkennen het idee dat het vroeger minder een discussiepunt leek. Dat homoseksualiteit bijvoorbeeld in bepaalde kringen of steden relatief gewoon was — zonder de lading die het vandaag soms heeft.

En deels klopt dat beeld.

Nederland heeft al decennialang een relatief open houding gehad, met zichtbare gemeenschappen en voorlopers op het gebied van wetgeving. [link.springer.com]

Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat acceptatie nooit volledig vlak is geweest. Dat het verschilt per groep, per context en vooral door de mate van zichtbaarheid. [abcbijles.nl]

Wat daarnaast veranderd is, is de maatschappelijke dynamiek zelf.

Discussies zijn zichtbaarder geworden. Meningen scherper. En in een tijd van sociale media en snelle publieke reacties lijkt alles dichter op elkaar te zitten.

Wat vroeger lokaal of in stilte bleef, wordt nu gedeeld, besproken en soms uitvergroot.

Daardoor ontstaat het gevoel dat het probleem groter is geworden — terwijl het in werkelijkheid ook gaat om zichtbaarheid van wat er al was.

Ongelijkheid in het dagelijks leven

Die zichtbaarheid wordt concreet wanneer je kijkt naar het dagelijks leven.

Niet op abstract niveau, maar op plekken waar mensen leven, werken en bewegen.

  • In de openbare ruimte blijkt dat LHBTQIA+-personen zich vaker onveilig voelen en vaker slachtoffer zijn van geweld of intimidatie. [pointer.kro-ncrv.nl]
  • Onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de mensen hun gedrag aanpast, bijvoorbeeld door niet openlijk hand in hand te lopen. [nwlc.org]
  • Discriminatie en geweld komen nog steeds voor, en treffen deze groep aantoonbaar vaker dan de rest van de bevolking. [williamsin…w.ucla.edu]
  • Op school blijkt dat jongeren vaker te maken krijgen met pesten en psychische problemen wanneer ze afwijken van de norm. [cbs.nl]

Deze voorbeelden laten iets zien wat niet altijd in cijfers te vatten is:

ongelijkheid zit niet alleen in wat er gebeurt, maar ook in wat mensen niet durven.

De menselijke maat

Dat wordt duidelijk in kleine, herkenbare situaties.

Zoals iemand die voor het eerst met zijn partner over straat loopt en zich afvraagt of hij hand in hand kan lopen.
Of iemand die op school stilhoudt wie hij is om opmerkingen te vermijden.
Of iemand die op werk kiest voor voorzichtigheid in plaats van openheid.

Dat zijn geen uitzonderingen.
Dat zijn dagelijkse afwegingen.

En juist daarin wordt zichtbaar dat gelijkwaardigheid meer is dan een juridisch principe — het is een ervaring.

Waarom Pride in dat licht logisch wordt

En daarmee komen we terug bij de vraag die onder dit hele onderwerp ligt:

als het doel is om geen onderscheid meer te maken, waarom benadrukken we het dan nog?

Omdat het verschil er nog niet uit verdwenen is.

Pride en de LHBTQ+ gemeenschap zijn niet ontstaan om mensen in hokjes te duwen. Ze zijn ontstaan omdat die verschillen al bestonden — en gevolgen hadden.

Zichtbaarheid vervult daarin een functie.

Het maakt zichtbaar wat anders verborgen blijft.
Het creëert herkenning voor mensen die zich alleen voelen.
En het maakt het mogelijk om ongelijkheid te benoemen en aan te pakken.

Zonder die zichtbaarheid lijkt het alsof het probleem er niet is. Maar dat verandert niets aan de werkelijkheid.

De paradox van gelijkwaardigheid

Daarmee ontstaat een paradox.

Om uiteindelijk geen onderscheid meer te hoeven maken, moet het nu soms juist benoemd worden.

Dat voelt tegenstrijdig.
Maar het is een bekend patroon in maatschappelijke verandering:

eerst onzichtbaar
dan zichtbaar
dan normaal
en uiteindelijk minder bepalend

Zonder die fase van zichtbaarheid blijft ongelijkheid bestaan — maar onbesproken.

Tot slot

Het ideaal blijft overeind: een samenleving waarin we elkaar als mens zien, zonder labels die bepalen wat mogelijk is.

Maar dat punt bereik je niet door verschillen te negeren als ze nog invloed hebben.

Gelijkwaardigheid betekent niet dat verschillen verdwijnen.
Gelijkwaardigheid betekent dat verschillen geen gevolgen meer hebben voor hoe iemand behandeld wordt.

En zolang dat nog niet het geval is, blijft aandacht — en dus ook iets als Pride — geen eindpunt, maar een noodzakelijke stap ernaartoe.

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.